Isa van Klaveren & Wies Tesselaar
‘Groen is het gras onder mijne voeten’

26 augustus t/m 7 oktober 2019 | Opening: zaterdag 31 augustus 2019 om 16.00 uur

Wat krijg je als je twee onbesuisde types, de een sterk in beeld, de ander uitblinker in poëzie, voor een tentoonstelling aan elkaar koppelt? Een spannende expo, dat is zeker. Want dichter Isa van Klaveren en illustrator Wies Tesselaar zijn aan elkaar gewaagd. De samenwerking tussen die twee blijkt verrassend goed uit te pakken: het beeld van Tesselaar tilt het gedicht van Van Klaveren op, het gedicht van Van Klaveren verrijkt het beeld van Tesselaar. Onder de noemer ‘Onder mijne Voeten’ becommentariëren zij elkaar, en getuigen ze van een optimistische kijk op de wereld. Vanaf 26 augustus tot en met 7 oktober worden hun illustraties en gedichten bij KEK getoond.

Isa van Klaveren is Stadsdichter van Beverwijk, de jongste ooit. Als kind kon zij het schrijven al niet laten. Van verhaaltjes componeren tot verwoede pogingen tot het bijhouden van een ‘serieus’ dagboek. ’Ik had een romantisch beeld van schrijvende meisjes die trouw in hun dagboek schrijven. Maar ik maakte niets mee en ik voelde niet zo veel, dus na drie dagen dagboek bijhouden, schreef ik al ‘Zie gisteren’ en hield ik het voor gezien.’ Beter verging haar het schrijven van verhalen en gedichten. De vaart kwam er echt in door haar studie Engels. Vanaf dat moment raakte Isa getriggerd en gefocust. ‘Je analyseert teksten en poëzie van anderen. Dat maakt af en toe onzeker, maar is ook een enorme stimulans om zelf te schrijven.’ Over de samenwerking met Wies: ‘Ik word altijd heel blij van haar interpretaties. Ze gaat vaak met andere fragmenten aan de haal dan ik verwacht.’

Wies Tesselaar tekent van jongs af aan. Van gedetailleerde stadsgezichten en vrolijke feesten tot getergde meisjes. Via haar tekeningenserie ‘Tesselaar raakt de gevoelige snaar’ leverde ze haar hilarische commentaar op de wereld. Tijdens het laatste Young Art Festival maakte zij in hoog tempo portretten van bezoekers die na het invullen van een absurde en ellenlange vragenlijst (“Heeft u behaarde benen?”) hun tekening in ontvangst konden nemen. Inspiratiebronnen zijn Sally Nixon, Erik Mattijssen en Thé Tjong-Khing. ‘Alledrie met een prachtig kleurgevoel en een liefdevol oog voor het detail.’ Over haar samenwerking met Isa: ‘Haar gedichten zijn heel beeldend. Er zitten altijd woorden in die bij me blijven hangen. Bij haar laatste stadsgedicht kreeg ik het gevoel een schilderij binnen te wandelen. Vandaar dat ik ‘Gezicht op Beverwijk’ van Salomon van Ruysdael heb gebruikt.’